PETTEN – Voor het bedrijf van Marcel Elswijk breekt een belangrijke tijd aan. In de komende maanden moet de innovatieve technologie die hij heeft helpen ontwikkelen namelijk haar weg vinden naar de markt. Makkelijk gaat dat echter niet. ,,Je moet met dit soort zaken blijkbaar een lange adem hebben.’’
De potentie van de innovatie waar Elswijk met zijn bedrijf PVTwins aan werkt, is groot. Want ’zijn’ product slaat twee vliegen in één klap: een photovoltaïsch thermisch (pvt) paneel dat niet alleen elektriciteit uit zonne-energie haalt, maar ook warmte.
Op het moment is de prijs van zo’n pvt-systeem gelijk aan een systeem dat bestaat uit twee afzonderlijke panelen voor elektriciteit en warmte. ,,Dat komt omdat er een groot verschil is in het volume, in de aantallen die worden geproduceerd’’, legt Elswijk uit. Een verschil dat kleiner belooft te worden. Vanaf volgend jaar heeft hij namelijk een productiehal tot zijn beschikking in Den Helder. PVTwins kan dan tegemoet komen aan meer vraag, en zodra die ontstaat, wordt de kostprijs vanzelf lager – en dus de concurrentie met ’traditionele’ panelen groter.
Traject

Niet alleen vanwege de hal breekt voor hem en PVTwins een belangrijke tijd aan. Er is ook een aantal projecten dat nu begint te lopen. In Enschede, Zoetermeer en Alkmaar is de innovatieve technologie straks te bewonderen op de daken van woningen en bedrijfsgebouwen. Het traject dat aan de daadwerkelijke plaatsing voorafgaat, was langer dan hij vooraf had voorzien.
,,Neem het project in Alkmaar. Dat heeft anderhalf jaar geduurd. Je hebt te maken met procedures en subsidieregelingen. Daar gaat veel tijd overheen. Je moet met dit soort zaken blijkbaar een lange adem hebben.’’
Hetzelfde geldt voor PVTwins. In oktober 2004 is hij dat begonnen, als spin-off van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten. Hij werkte destijds al aan de combipanelen bij ECN, en kreeg van zijn werkgever toestemming om de technologie op de markt te brengen met een nieuwe onderneming.
,,Ik ben toen begonnen met het opzetten van de organisatie en het binnenhalen van projecten. Eerst dacht ik dat je met een half jaar wel een florissant bedrijf zou kunnen hebben. Inmiddels ben ik ruim twee jaar verder en komen nu de concrete resultaten pas.’’
Wel een voordeel: de technologie had hij al in huis. ,,Sinds 1994 wordt er aan gewerkt. Destijds is het begonnen bij de universiteit in Eindhoven. Later is het overgedragen aan het ECN. Ik ben zelf sinds 2000 werkzaam bij ECN en heb meegewerkt aan diverse experimenten en het eerste demonstratieproject in Engeland.’’
Of er in al die jaren niet iemand anders is geweest die geprobeerd heeft om er met het idee vandoor te gaan? ,,Natuurlijk wel. Ik weet dat er op andere plekken in de wereld aan een soortgelijk systeem wordt gewerkt. Maar wij zijn degenen die er het langst mee bezig zijn. Ons systeem is het meest uitontwikkeld, en ook in de toekomst kunnen we de concurrentie door voortdurende productvernieuwing een stap voorblijven.’’
Risico’sMet innovaties is het zo dat iedereen de ’eerste na de eerste’ wil zijn, denkt Elswijk. Niemand zit te wachten op de risico’s en moeizame ontwikkelperiodes die een nieuw idee met zich meebrengen, maar iedereen is er als de kippen bij om dat idee te exploiteren zodra het eerste succes geboekt is. Dat speelt ook een rol bij de financiering van een nieuw idee. Een niet bewezen succes is immers een risico. ,,Gelukkig wist ik zelf subsidiemogelijkheden goed aan te boren. Via ECN was ik bekend met een aantal regelingen. Daardoor heb ik gebruikgemaakt van onder meer innovatievouchers en heb ik steun gekregen van de ATO (Stichting Associatie Technologie Overdracht, een vereniging van kennisinstituten, red.) en Syntens.’’
Van Syntens, het innovatienetwerk voor ondernemers van het ministerie van economische zaken, kreeg hij de status ’technostarter’. Ondertussen kon hij deelnemen aan subsidieprogramma’s als het Programma Starters op Buitenlandse Markten (PSB). Wat hem betreft is dat belangrijke steun. ,,Het is kostenvermindering. Dat heb je nodig om als startende ondernemer te overleven. Zeker als innovatieve starter. Bij banken kan je namelijk moeilijk aankloppen. Die willen marketinggegevens zien. In mijn geval zijn die onmogelijk te geven.’’
Het voortraject loopt op z’n eind, maar de echte start gaat voor PVTwins straks pas beginnen, als de producten de markt op gaan. Dat zal niet in Nederland zijn, vermoedt Elswijk. Omdat de subsidies voor zonnepanelen in eigen land zijn afgeschaft, moet de waar richting Duitsland, België en Canada, landen die wél subsidieregelingen hebben.
,,Dat is erg jammer, en een gemiste kans. Ik heb vroeger een energieprestatieadviesbureau gehad. Met de toenmalige regelingen was dat nog interessant, maar nu niet meer. Je moet het nu in het buitenland zoeken. Ergens is dat vreemd.’’ Milieukundige Elswijk zegt dat niet alleen als ondernemer, maar ook als milieukundige.
,,Ik heb veel energieadviezen aan bedrijven gegeven. De vraag waar ik mij mee bezighield: hoe reduceer je het energieverbruik? Dan heb je het over optimalisatie van de energievraag, energie hergebruiken en het inzetten van duurzame technologieën.’’ De panelen waar hij nu mee bezig is, zijn bij uitstek geschikt om voor oplossingen te zorgen in zo’n energievraagstuk. Elswijk is er zelfs van overtuigd dat zonnepanelen gemeengoed moeten worden.
,,Je zou rekening moeten houden met dit pvt-systeem in nieuwbouwwoningen, net als bijvoorbeeld het riool. Gek eigenlijk: bij zonnepanelen heb je het altijd over de terugverdientijd, terwijl niemand het over de terugverdientijd van een riool heeft. Die mentaliteit wil ik helpen veranderen.’’
Kasimir den Hertog
Meer informatie over PVTwins:
www.pvtwins.nlFoto Noordhollands Dagblad/Joop Boek